Atelierverwarming met infraroodpanelen

Ook in de winter zijn er klussen die je in je atelier of garage wil uitvoeren. Om te vermijden dat je in een mum van tijd verkleumd bent, kan je die ruimte maar beter verwarmen. Infraroodpanelen zijn dan een slimme, efficiënte keuze, zeker als je maar tijdelijk of plaatselijk warmte nodig hebt.
Infraroodpanelen installeren
Hoe werkt infrarood?
Infraroodpanelen verwarmen niet de lucht, maar stralen directe warmte uit naar mensen en objecten. Dat maakt ze energiezuinig en ideaal voor slecht geïsoleerde of grotere ruimtes.
Voorbereiden en meten
Voor je aan de slag gaat, neem je best even de handleiding goed door. Elk paneel heeft zes bevestigingspunten, maar bij een verticale ophanging volstaat het om er vier vast te maken. Teken vooraf een schets met de juiste afstanden tussen die punten. Zo kun je alles straks exact overzetten op de muur en hang je het paneel stevig en correct op.

TIP
Is de verpakking is net zo groot als het paneel zelf? Dan kan je eerst even uitproberen waar je het paneel precies wil ophangen.
Heb je de juiste plek gekozen? Dan teken je de bevestigingspunten af. Met een lasertoestel en je markeringen zet je die punten makkelijk en precies over op de muur. Meet na of alles klopt en boor dan voor.

Boren en schroeven
Gebruik een aangepaste steenboor en stel je schroefboormachine correct in, op de klopstand. Bij brozere bakstenen kies je beter voor een boormachine waarmee je gecontroleerd en trager kunt werken.
Gebruik de meegeleverde pluggen en schroeven voor de bevestiging. Draai de schroeven nog niet volledig in de muur, want het infraroodpaneel moet er straks nog over gehaakt worden.

Paneel ophangen
Heb je alles juist opgemeten? Dan zou het paneel perfect moeten passen. Draai de schroeven aan en je eerste paneel hangt stevig op z’n plaats.

Omdat de garage in dit geval vrij groot is, hebben we ervoor gekozen om twee infraroodpanelen te plaatsen. Voor het tweede paneel volg je exact dezelfde werkwijze.
Aansluiten
Na het ophangen moeten de infraroodpanelen nog aangesloten worden op de elektriciteit. Boven elk paneel bevestig je een verdeeldoos. Daarin maak je de elektrische aansluiting naar het paneel, en ook de draadloze ontvanger krijgt hier z’n plek. Zo werk je alles netjes en veilig af.

Maak onderaan de verdeeldoos een gat en trek de kabel van het infraroodpaneel erdoor. Dat is alvast klaar voor straks.
Elektriciteit doortrekken
Nu moet je de elektriciteit nog doortrekken. Meet op en teken af hoeveel kabel je nodig zal hebben. Neem altijd wat extra marge, zodat je vlot rond hoeken kunt werken en niet te kort komt.

TIP
Op de kabel staat een indexnummer dat verandert per lopende meter. Zo kun je snel zien waar je moet knippen.
De elektriciteitskabel kan je wegsteken in kabelgoten, maar wij gebruiken voor deze werkplaats dezelfde buizen als degene die er al hangen. Meet op hoe groot de verschillende afstanden zijn en zaag op maat. Dat kan je gemakkelijk doen met de haakse slijper. Draag hiervoor altijd gezicht- en gehoorbescherming!
Duw de kabel door de buisjes en leg dit even opzij. De kabel met buis hang je vast met klemmen en deze moeten in de muur vastgeschroefd worden - opnieuw met pluggen. Boor daarom voor. Wij gebruiken een steenboor met diameter 8. Zorg er voor dat je de kabels waterpas hangt, dat oogt mooier.

Doe hetzelfde voor eventuele andere panelen. Let erop dat je de panelen afdekt als je in de muur boort, anders kan er stof en vuil tussen de panelen geraken! Eenmaal de gaten geboord zijn, is de rest een koud kunstje: eerst de pluggen in de muur, dan de klemmen vastschroeven, en tot slot de buizen erop klikken.
De panelen aansluiten
Bereid de draden in de verdeeldoos voor. Zowel de kabel die van de elektriciteitskast komt als de kabel uit het infraroodpaneel moeten in de verdeeldoos zitten. Kort deze nog wat af indien nodig. Strip de kabels 1 cm. Zo is je vrije koperdraad lang genoeg om tot het einde van de klemmen te komen, maar niet te lang zodat er geen koperdraad vrij zit.
Haal er je plannetje bij, zo kan je niets missen.


Gebruik steekklemmen met een hendel - die zijn het meest gebruiksvriendelijk. Begin met de blauwe draden (de nuldraden) die klem je samen. De fasedraad van de ontvanger sluit je aan op de fasedraad die uit de elektriciteitskast komt. Vervolgens verbind je de fasedraad van de verwarming met de geschakelde draad van de ontvanger. Tot slot klem je ook de aardingsdraden netjes samen, dat zijn de geel-groene. Stop daarna alles netjes in de verdeeldoos en sluit ze af.
En dan doe je net hetzelfde voor het tweede infraroodpaneel.
De kabels uit de verwarming zijn multikoperdraad. Draai de uiteindes eerst goed aan voor je ze in de klemmen steekt — zo sluit alles beter aan. Controleer met een spanningstester of er stroom op de kabels staat. Sluit de stroom af vóór je verdergaat.

Steek nu de twee kabels van de infraroodpanelen – links en rechts – in de verdeeldoos. Kort ze in als dat nodig is. Ontmantel de kabels en strip ze op precies 1 cm. Draai de oude verbindingsklemmen los - die vervang je door nieuwe steekklemmen. In dit geval is het eenvoudig: steek alle draden van dezelfde kleur samen in één klem. Afdekkapje erop, stroom weer aan… en testen maar.

De thermostaat
Nu de panelen aangesloten zijn, moet je ze nog kunnen bedienen. Haal de thermostaat erbij en plaats de batterijen. De draadloze ontvangers die op de infraroodpanelen aangesloten zijn, moeten nog gekoppeld worden aan de thermostaat. Raadpleeg de handleiding voor de juiste werkwijze. In ons geval doen we dit twee keer, omdat we twee panelen hebben.

Om de thermostaat niet te verliezen, hang je deze best nog op. Deze thermostaat beschikt over vier standen: 'automatisch', 'manueel', 'vakantie' en 'uit'. Wij gebruiken de manuele modus, aangezien we niet op vaste tijdstippen in de werkplaats werken. Zo kan iedereen zelf bepalen wanneer het wat warmer mag zijn.